Branchevereniging aan het woord: VEMW

29-06-2023

In deze serie komen de brancheleden van VNO-NCW en MKB-Nederland aan het woord. Deze week directeur Hans Grünfeld van de VEMW, de Vereniging voor Energie, Milieu en Water.

 

Vertel eens over uw vereniging.

“Wij zijn een belangenvereniging voor het zakelijke gebruik van energie en water in Nederland. De infrastructuur voor al deze voorzieningen is per definitie een monopolie. Dat betekent dat we goede afspraken moeten maken over de toegankelijkheid daarvan. Onze vereniging heeft een klein kantoor in Woerden waar tien mensen werken die de belangenbehartiging doen en de vereniging managen. We hebben ongeveer 250 leden. Omdat we een belangenvereniging zijn hebben we een divers ledenbestand. Leden komen uit de industrie, zakelijke dienstverlening, ICT, noem maar op. Dat kunnen bedrijven zijn, maar ook instellingen zoals ziekenhuizen.”

 

Hoe lang bent u al directeur van VEMW?

“Ruim twintig jaar. Het blijft een uitdagende functie door de jaren heen. Ik ben bij VEMW gestart om aan het begin van deze eeuw mee te helpen om voor de gebruikers een succes te maken van de liberalisering van de energiemarkt. Vervolgens heb ik een tijd in Brussel gewerkt bij koepelorganisatie IFIEC Europe, om de Europese markt beter te laten functioneren. Sinds 2016 ben ik nauw betrokken bij de industrietransitie. Zo hebben we na het klimaatakkoord van Parijs het rapport ‘Samen op weg naar minder’ opgesteld en hebben we in 2018 aan twee sectortafels deelgenomen aan het klimaatakkoord van 2019.”

 

Wat zijn belangrijke kwesties en lobbypunten?

“De discussie over de capaciteit op het elektriciteitsnet speelt nu. Die congestie knaagt aan de wortel van de energievoorziening, en ook aan de transitie waar we in zitten. Wij willen duidelijk zicht hebben op hoe groot het tekort aan capaciteit is en in hoeverre we daarop inlopen. En we willen in algemene zin meer betrokken worden bij de discussies over elektriciteits- en waterstofnetten, een belangrijk punt in de transitie.
Verder richten we ons op het wegnemen van belemmeringen voor bedrijven om te verduurzamen. De watertransitie is een ander belangrijk punt: het water wordt schaarser en daar moet beleid op worden gevoerd. Daar hoort ook de discussie bij over het gebruik van koelwater en het lozen van afvalwater door bedrijven, en welke voorwaarden daaraan worden gesteld.”

 

Hoe ziet u de toekomst van de vereniging?

“Het belang voor de samenleving van onze en andere verenigingen is niet meer vanzelfsprekend. Dat moet je steeds meer uitleggen en laten zien. Als belangenvereniging kijken wij al net wat anders naar onze leden, denk ik. We zien ze als een klant die we willen behouden. Dat doen we door ze actief te betrekken bij wat we doen, maar ook door een op maat gemaakt jaarverslag voor elk lid. Zodat zij kunnen zien: wat heeft VEMW voor ons bereikt in ruil voor de betaalde contributie? Dat doen we sinds een jaar of vijf. Daarnaast richten we ons niet meer op het overbrengen van problemen van onze leden, maar op het verkopen van oplossingen. Daar creëren we vervolgens draagvlak voor. Het is echt wat anders dan de traditionele lobby, die we bij VEMW in het verleden wel meer deden.”

 

Waarom zijn jullie lid van VNO-NCW?

“VNO-NCW heeft goede ingangen bij de overheid en is voor ons een vanzelfsprekende partij als het gaat om de belangen van ondernemers richting de overheid. Het is bij uitstek de partij die fiscale belangen helder kan vertegenwoordigen. Bijvoorbeeld de positie van de warmte-krachtkoppeling, een systeem dat elektriciteit en daarmee warmte kan opwekken. Wij proberen te komen tot regelgeving om dit systeem voor bedrijven te behouden. Ook in het klimaatakkoord en de transitie werken we samen om een stevig geluid namens het bedrijfsleven te laten horen.”

 

Met welke branchedirecteur zou u weleens een dagje willen ruilen en waarom?

“Dan zou ik kiezen voor een vereniging die een enkele industrie vertegenwoordigt. Dat kan de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie zijn of de Vereniging van Nederlandse Glasfabrikanten. Bij die brancheverenigingen is het topmanagement uit die industrie standaard nauw betrokken. Die luxe zou ik weleens willen ervaren.”