Charmeoffensief: waarom we zuinig op bedrijventerreinen moeten zijn

24-05-2022

Het zoemt er van de bedrijvigheid, innovatie en werkgelegenheid. En toch zijn bedrijventerreinen ‘het stiefkindje van de ruimtelijke ordening’. Tijd voor de gemeenten zich eens écht te verdiepen in wat ze met bedrijventerreinen in handen hebben. En ondernemers mogen zich ook laten horen.

 

Met bedrijventerreinen is iets geks aan de hand. Wie naar de cijfers kijkt, kan niet om het belang heen voor de Nederlandse economie. Ga maar na: ons land telt 3.500 bedrijventerreinen, waar 40 procent van alle bedrijven zich bevindt en zo plek bieden aan ruim 3 miljoen werknemers. Groot en klein, startups, maakbedrijven, met werk voor werknemers van alle opleidingsniveaus. Naar schatting een derde van alle werkgelegenheid is hier te vinden en nog eens een derde is ervan afgeleid. Maar het imago, dát is een ander verhaal. De terreinen worden geassocieerd met overlast, criminaliteit en een ‘lelijke uitstraling’. De kranten staan vol als er weer eens een wietplantage is opgerold. Gemeenten kijken op hun beurt voor nieuwe woningbouw maar al te graag naar bedrijventerreinen. Zo staan er bijvoorbeeld 70.000 woningen gepland in de Amsterdamse ‘Haven-Stad’, een nieuwe woonwijk ín het Westelijk Havengebied. En De Binckhorst in Den Haag zit midden in de transitie van bedrijventerrein naar ‘hippe woonwijk’ met 1.200 huizen.

 

Stiefkindje

Maar die mengvorm van wonen en werken duwt ‘overlastgevende’ bedrijven weg naar ruimte die er niet is. En we hebben juist meer plekken nodig voor maakbedrijven in Nederland, als we meer circulair willen worden, aangezien we dan méér recyclen en opnieuw gebruiken. Gemeenten, investeer dus in de bedrijventerreinen die je hebt. Dat is de boodschap van Cees-Jan Pen. Hij is lector bij Fontys Hogeschool en expert op het gebied van werklocaties. Als geen ander weet Pen hoe het staat met bedrijventerreinen, en wat er beter móet en kan. Hij doet er al decennialang onderzoek naar. ‘We hebben net een analyse gemaakt van 501 lokale verkiezingsprogramma’s en zo’n 65 tot 70 procent van de plaatselijke partijen noemt bedrijventerreinen niet eens in hun programma’s. Dat is toch gek?’ Bedrijventerreinen als ‘stiefkindje van de ruimtelijke ordening’. Pen vindt dat wel een goede omschrijving. Cynisch: ‘Ik zeg het wel vaker, bedrijventerreinen zijn alleen interessant als je er woningen kunt bouwen’.

 

Terwijl die gebieden de ruggengraat van de lokale economie zijn. Op bedrijvenparken worden onder meer dingen geproduceerd, van zeep tot bloembakken, van dakgoten tot plastic bakjes. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar juist nu duurzaamheid zo belangrijk is, wordt de rol van (ambachtelijke) maakbedrijven groter. ‘Onze maakindustrie heeft de toekomst’, aldus Pen. Dat geldt ook voor de circulaire economie. Nederland moet plekken hebben waar je laptops uit elkaar haalt om daar waardevolle elementen uit te halen. ‘Daar zijn dus bedrijventerreinen voor’, concludeert Pen. De lector benadrukt ook nog dat het de plekken zijn waar íedereen kan werken. ‘Je kunt er ook terecht zonder universitaire opleiding, of als je geen diploma op zak hebt. Veel bedrijven die daar zitten, bieden werk voor alle lagen van de bevolking. Heel inclusief dus. Dat is vaak niet bekend.’

 

'Veel gemeenten vinden bedrijventerreinen alleen interessant als je er woningen kunt bouwen'

 

Onbekendheid is het grootste gevaar voor bedrijvenparken, meent Pen. Want ondanks alle voordelen is er niet veel politieke aandacht. Gemeenten gaan zo slordig om met hun terreinen. Waarom? Dat is een van Pens grootste frustraties, want hij heeft daar voor zichzelf geen goed antwoord op gevonden. Pen: ‘Het Rijk heeft de taken naar de provincie en gemeenten gedelegeerd. En bij gemeenten zijn afdelingen economische zaken meestal niet erg groot. Het is niet sexy en ze houden zich meer bezig met bijvoorbeeld woningbouw.’ Dus leg je oor vaker te luister bij de ondernemers, meent Pen. Maar ondernemers moeten zich dan ook meer laten horen.

 

Professioneel parkmanagement

Pen pleit daarom voor professioneel parkmanagement op elk bedrijventerrein. Een manager kan het boegbeeld en aanspreekpunt van een park zijn. ‘Te vaak zie ik amateurisme, een ongeorganiseerde janboel. In Zuid-Holland is maar 20 procent van alle terreinen professioneel georganiseerd. Dan heb ik het over een bedrijvenvereniging of een manager die het aanspreekpunt is voor een gemeente. Dat is veel te weinig en dat mogen ondernemers zichzelf ook aanrekenen’. Volgens Pen kan de gemeente dergelijk management stimuleren en de eerste twee, drie jaar de kosten voor haar rekening nemen. Daarna kunnen de ondernemers zichzelf bedruipen. Het belangrijkste is om niet alleen met burgers maar ook met ondernemers in gesprek te gaan, zo luidt zijn advies aan gemeenten. ‘Geef dan ook duidelijkheid en morrel niet steeds aan wat er wel en niet kan op zo’n terrein. Sta geen dingen toe die tot gedoe leiden. Neem Den Haag waar een grote fitnessruimte is gekomen. Die kan toch ook in een woonwijk? Of de opvang van verslaafden, dan kun je je afvragen als je zo weinig ruimte voor maakbedrijven hebt, moet dat dan in zo’n gebied? Wees kritisch als gemeente.’

 

'Sta geen dingen toe die tot gedoe leiden'

 

En durf ook ‘nee’ te zeggen, als gemeente. Het is mooi als wonen en bedrijven vermengen, maar soms kan dat gewoon niet. Pen weet ook dat omwonenden snel aan de bel kunnen trekken uit angst voor geluidsoverlast, of stank, of angst voor risico’s. ‘En dan verliest het bedrijf altijd. Kijk goed hoe je dat aanpakt en sluit niet meteen bepaalde bedrijfscategorieën uit. Die krijg je namelijk nooit meer terug.’ Zeker als Nederland circulairder wordt en zelf meer gaat produceren, moet het mogelijk blijven dat zulke bedrijven een plek krijgen op bedrijventerreinen.

En ondernemers moeten zich laten horen. Want als een college met een plan voor duizend woningen komt en de gemeenteraad hoort geen protest van de bedrijven, dan denken ze dat het wel goed zit.

Zó presenteert het grootste bedrijventerrein van Nijmegen zich aan omwonenden

 

 

Doe wat aan verdozing

Gemeenten moeten investeren in bestaande terreinen, vindt de lector. ‘Pak de klachten aan die je nu hoort. Als we als maatschappij vinden dat er teveel verdozing is, doe er dan iets aan’, zegt Pen. ‘Huur stedenbouwers en landschapsarchitecten in om het mooier te maken. Ja, soms moet er publiek-privaat geld bij omdat een bedrijventerrein op de schop moet. Er moet ook eens iets gesloopt of gebouwd worden en dan kun je het weer hergebruiken. Rond circulaire economie en verduurzaming is veel geld beschikbaar. Benut dan deze gebieden. Als je dan toch gaat verduurzamen, knap de boel dan meteen even goed op. Ondernemers hebben er ook baat bij, want hun panden worden weer meer waard.’

Pen wil dat de gemeenten de waarde van bedrijventerreinen beter inschatten. ‘In Den Haag snappen ze nu eindelijk dat het 5 voor 12 is. In Rotterdam en Utrecht ook. Ze zien daar in dat er een ernstig tekort is aan goedkope bedrijfsruimte en we willen toch heel graag dingen uit elkaar halen en weer maken. We willen meer circulair. Zorg dat daar plek voor is en blijft.

 

Op de hoogte blijven van onze beste artikelen? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Hoe maak je een bedrijventerrein aantrekkelijker?Volgens Pen is de heilige drie-eenheid van bedrijvenparken beheer, handhaving en onderhoud. En de lector meent dat het daar vaak aan schort. Dat trekt criminaliteit aan, omdat criminelen ongestoord hun gang kunnen gaan, en het maakt het bedrijfsterrein ook onaantrekkelijk voor de mensen die er werken. ‘Je hoeft niet overal fonteinen aan te leggen, maar vergroen de boel een beetje. Daar komt nu gelukkig her en der wat geld voor beschikbaar. Als het in de zomer erg warm is, dan zijn de steden en de bedrijfsterreinen de hitte-eilanden. Dat is niet leefbaar. Daar hebben ook de mensen die er werken last van en dat is niet handig, zeker niet nu er overal tekort is aan arbeidskrachten. Je moet het wel aantrekkelijk maken om bij jou te komen werken.’ De concurrentie is daar ook hoog. Want terwijl bedrijfsterreinen snakken naar aandacht, is er bij gemeenten wel altijd enthousiasme voor creatieve hubs en campussen. Die maken het imago ‘spannend’ en ‘futuristisch’. Daar krijg je iedereen wel altijd voor overeind’, aldus Pen. ‘Maar we moeten niet het ‘gewone’ werk vergeten.'