Henk Broeders (ICC): 'Corruptie zal ooit de wereld uit zijn'

Ooit zal corruptie worden uitgebannen, denkt Henk Broeders, voorzitter van de International Chamber of Commerce Nederland. Maar in elk geval tot die tijd is de onlangs gehouden Week van de Integriteit nog hard nodig voor Nederlandse bedrijven. 'En strenger straffen helpt.'

 

Heeft u zelf met corruptie te maken gehad als topman van Capgemini?

‘Ik kan me twee gevallen herinneren waarbij klanten om geld vroegen als ze ons een opdracht zouden gunnen. Daar zijn we dus niet mee verder gegaan. Medewerkers worden getraind in het omgaan met zulke situaties. Corruptie en fraude kunnen immers overal plaatsvinden waar producten en diensten worden ingekocht, niet alleen in de bouw- en maritieme sector. Het is een sluipend proces. Het begint klein, met een geschenk dat net iets te duur is of een uitje dat wordt georganiseerd, en het eindigt bij miljoenen aan smeergeld.’

 

Wie is Henk Broeders?In 1973 begon Henk Broeders in de automatisering bij Dow Chemicals Nederland. In 1980 stapte hij over naar Volmac. Twaalf jaar later werd hij directeur van IQUIP Informatica, een dochterbedrijf bij Capgemini. In 1998 trad hij toe tot de directie van Capgemini Nederland, en twee jaar later werd hij directievoorzitter en lid van het executive committee van Capgemini. Die functie had hij tot 2012. Sinds 2011 is hij voorzitter van ICC Nederland, naast een aantal andere toezichthoudende functies.

Waarom een Week van de Integriteit?

‘Vanwege de Anti-Corruption Day die de Verenigde Naties op 9 december ‘viert’. Samen met andere organisaties houden wij jaarlijks een Week van de Integriteit rond die dag. In die week vragen wij onder meer Nederlandse bedrijven om permanente aandacht en zorg voor het thema integriteit en corruptie. Want als je dat niet doet, verwatert het. Het gaat dus niet om die ene week, maar om het hele jaar. Daarom komen we nu met een permanent platform voor integriteitsbevordering.’

 

Gaat het alleen maar om corruptie bij buitenlandse handel en investeringen?

‘Nee, integriteit begint in je eigen land. Je moet je medewerkers bewust maken en houden van het belang van integer handelen. Als ze dan via handel of investeringen in contact komen met bijvoorbeeld Chinese zakenpartners, of zelfs in China worden gestationeerd, zijn ze doorkneed in integer zakendoen.’

 

Hoe staat het met de integriteit van Nederlandse bedrijven?

‘Ik heb de indruk dat Nederlandse bedrijven steeds integerder worden. Je hebt natuurlijk altijd incidenten, maar naar aanleiding daarvan hebben bedrijven een compliance-structuur opgebouwd. Medewerkers kunnen gevallen van corruptie of fraude melden bij een compliance officer, die de zaak dan verder oppakt.’

 

'50 jaar geleden handelde iederéén op de beurs met voorkennis'

 

‘Ik zie daar ook in het buitenland voorbeelden van. Neem het schandaal rond corruptie bij het Braziliaanse olieconcern Petrobas, waarbij ook het Nederlandse SBM Offshore bij betrokken was. Of de arrestatie van corrupte prinsen in Saoedie-Arabië, al speelden hierbij ook politieke motieven een rol. Maar ook de huidige president van China maakt van bestrijding van corruptie een thema.’

 

Waardoor wordt probleem van corruptie kleiner?

‘Het probleem van corruptie wordt kleiner maar nog niet klein, laat ik dat vooropstellen. Maar ik ben een optimistisch mens: ooit zal corruptie de wereld uit zijn. Ik denk dat de toegenomen transparantie een rol speelt. Vijftig jaar geleden handelde bij wijze van spreken elke beurshandelaar met voorkennis. Dat is veranderd onder invloed van het strafrecht en het groeiende besef dat het onethisch is om met voorkennis te handelen. Of kijk naar het proces tegen de ‘autoritselaars’ van het ministerie van Defensie. Daarbij ging het om praktijken in de jaren negentig waarvan we nu zeggen dat ze niet meer kunnen.’

‘Je ziet ook dat in de VS en het Verenigd Koninkrijk hoge straffen worden uitgesproken in corruptie- en fraudezaken. Bestuurders van bedrijven worden persoonlijk aansprakelijk gesteld. Nederland moet ook die kant op, ook al past dat misschien niet bij de Nederlandse cultuur.’