Innovatief krimpen met regelvrije zones

19-04-2012

Sinds jaar en dag worden proefballonnetjes opgelaten voor regelvrije zones in krimpgebieden. Maar ze zijn er nog steeds niet. Ondernemen in krimpgebieden valt ondertussen niet mee. Wie regelt de regelvrije zones?

Oude regels voor een nieuwe werkelijkheid. Dat knelt nu steeds meer regio’s met structurele krimp te maken krijgen. Bijvoorbeeld in de regio Heerlen. De bevolkingsdaling is er zo groot dat er hele stukken uit de stad gesloopt gaan worden. Het is de vraag hoe je dan nog de stedelijke samenhang bewaart. Woningbouw heeft geen zin, geen mensen. Dus moet er een andere bestemming worden gezocht voor het braakliggende terrein. Een vorm van bedrijvigheid? Of een groot park, iets toeristisch of stadslandbouw? Al die creatieve plannen lopen nu vast. Vast op wet- en regelgeving op het gebied van natuurontwikkeling en landbouw. Die is helemaal niet toegesneden op toepassing in stedelijk gebied.

Het grote probleem van beleid tegen bevolkingskrimp is volgens Ben van Essen, hoofd strategie van de provincie Limburg, dat er geen ervaring mee is. 'We moeten met veel creatievere oplossingen komen dan: we pleuren wel een woonwijk neer. Vrijwel alle wet- en regelgeving heeft als onderliggende gedachte dat er op termijn wel weer groei komt. Dat idee moet je laten varen in krimpgebieden. Goedbedoelde wetgeving werkt daar contraproductief.'

Krimp is nieuw, in elk geval sinds mensenheugenis. Er moet geïnnoveerd worden op alle gebieden en dan zitten regels soms onbedoeld in de weg. Er worden in de politiek al jaren luchtballonnetjes opgelaten over regelvrije of regelarme zones. De SER adviseerde een dergelijke aanpak nog in maart 2011. Maar de laatste anderhalf jaar is het oorverdovend stil als het gaat om experimenteerruimte. Onderwijs en zorg in krimpgebieden mogen dan wel experimenteren met regelgeving door een Kamermotie van eind vorig jaar. Maar voor een leefbare regio moet ook het bedrijfsleven niet vastzitten. Den Haag denkt wel aan wonen, niet aan werken.

Dwangverhuizingen
Krimpgebieden hebben te maken met een combinatie van vier factoren: ontgroening, vergrijzing, minder mensen en minder huishoudens. Voor de lokale economie is het prettig als er voldoende bedrijven zijn die werkgelegenheid bieden. De bedrijven willen voldoende geschikt personeel en een afzetmarkt. Zijn die laatste twee factoren er niet, dan gaan bedrijven weg, is er geen werk, dan gaan mensen weg en zo ontstaat een vicieuze cirkel die leidt tot leegloop van een regio.

In het verleden wist Den Haag wel raad. Regeringen verplaatsten hele overheidsonderdelen naar de probleemgebieden. De Belastingdienst naar Groningen, het Centraal Bureau voor de Statistiek naar Limburg en subsidie voor de DAF-personenwagenfabriek om werkloze mijnwerkers aan een baan te helpen na de mijnsluitingen. Die oplossing was misschien niet zo briljant als het in eerste instantie leek. Mijnwerkers waren niet altijd even gelukkig aan de lopende band en overheidspersoneel zat niet per se te wachten om met hun families verplicht te verhuizen van de Randstad naar de buitengewesten.

'Veel gemeenten willen mensen van buiten trekken, maar wij zijn nu eenmaal een perifere omgeving', zegt Akke Groenewoud van VNO-NCW Noord realistisch. 'Een groot deel van de mensen wil hier gewoon niet wonen.' Het bedrijfsleven in Groningen heeft met de provincie een begin gemaakt om samen leefbaarheidprojecten op te zetten. Daarbij wordt eerder ingezet op continuïteit dan op het aantrekken van nieuwe bedrijven. Groenewoud: 'Het gaat niet om veel geld, maar dan moeten de mogelijkheden voor vernieuwing er wel zijn. Wat mag er bijvoorbeeld allemaal in krimpdorpen? Zijn de gebruikelijke regels voor ruimtelijke ordening wel zo logisch? In veel dorpen geldt dat woningen niet gebruikt mogen worden voor tijdelijke bewoning. Maar is leegstand en verkrotting niet veel erger voor de economie dan een aantal huizen dat alleen in de weekeinden en vakanties wordt bewoond?'

Het is misschien veel handiger om te kijken waar de kansen liggen die een krimpregio nog wél heeft dan aannemen dat het stimuleren van allerlei initiatieven tot bevolkingsgroei leidt.

Overheden zijn vaak veel te veeleisend met regelgeving zoals bestemmingsplannen. De procedures zijn omslachtig en de terminologie is vaak ingewikkeld, bleek in Noord-Nederland. Juist in krimpgebieden is het van belang dat ook lager opgeleiden eenvoudig een eigen bedrijf kunnen beginnen, anders gaan ze weg naar plekken waar ze makkelijker een baan kunnen vinden. Ze moeten snel en soepel door de procedures heen geholpen worden. En er moet ruimte zijn voor maatwerk. De ene bevolkingskrimp is de andere niet, stelde de SER al vast in het rapport Bevolkingskrimp benoemen en benutten. De verwachte bevolkingsdaling in Het Gooi, welvarend en op korte afstand van de groeiregio’s Amsterdam en Utrecht, heeft een heel ander karakter dan de al ingezette bevolkingsdaling in het relatief arme en dunbevolkte Noordoost-Groningen of in de verstedelijkte Parkstad Limburg, staat in het rapport. ‘Voor het beleid betekent de grote verscheidenheid in krimpregio’s dat blauwdrukken niet effectief zijn. Maatwerk is geboden, wet- en regelgeving moet voldoende experimenteerruimte bieden voor de gewijzigde omstandigheden.'

Omgekeerd beleid
Ronald Goedmakers is directeur van Vebego, een bedrijf voor facilitaire en personeelsdiensten en gezondheidszorg. Met een honderdtal bedrijven en deelnemingen heeft het in vijf landen 46 duizend mensen in dienst. In 2010 had het bijna 1 miljard euro omzet, uit vooral schoonmaak en gezondheidszorg. Hij ziet dat beleid in krimpregio's vaak beter het omgekeerde kan zijn van wat Den Haag wil om het woon- en werkklimaat aantrekkelijk te houden. 'In Den Haag hebben ze, misschien wel terecht, een hekel gekregen aan grote fusies van scholen en samenwerkingsverbanden van gezondheidszorgorganisaties. Maar ziekenhuizen in krimpgebieden moeten elkaar niet beconcurreren. Zo gaan ze beide kapot en dan heeft de regio helemaal geen gezondheidszorg. Het is veel beter om afspraken te maken wie wat gaat doen zodat beide ziekenhuizen streven naar betaalbare kwaliteit en alleen investeren in hun eigen specialisme.'

Ook voor scholen zou de landelijke overheid er volgens Goedmakers goed aan doen om afwijkingen toe te staan op het algemene beleid. Goedmakers: 'In wet- en regelgeving wordt nu gestreefd naar kleine scholen. In krimpgebieden worden kleine scholen nooit meer levensvatbaar, die moet je niet zelfstandig houden met een subsidie, die moeten fuseren. Dan doen ze het waarschijnlijk veel beter. Goed kwalitatief onderwijs is ook voor het bedrijfsleven van belang.'

Met een hoofdkantoor in Voerendaal (Limburg) ziet Goedmakers dat er mogelijkheden zijn voor mensen die grensoverschrijdend kunnen denken. Zuidelijk Limburg is dan wel een krimpregio, 10 kilometer verderop in Duitsland is de Universiteit van Aken booming. Het zou wel aardig zijn als regelgeving zo geharmoniseerd wordt dat de regio daar ook van profiteert. Maar tot nu toe zijn de grenzen nog niet weg. Er is dan wel een 'grensoverschrijdend industrieterrein Heerlen-Aken', maar de regelgeving is niet grensoverschrijdend. Die is óf Duits óf Nederlands en daar zit veel lucht tussen.

Laboratorium
Belangrijk is volgens provinciaal strateeg Ben van Essen dat de politiek niet meewarig de krimpgebieden wil helpen om uit de ellende te komen. 'Beleid maken voor een goede sociaaleconomische toekomst in krimpgebieden is leuk, erg uitdagend. Het is even wennen aan een nieuwe manier van denken, maar er ontstaat een heel nieuwe dynamiek. Hier móet je kansen benutten, vroeger innovatief zijn dan elders. Regels die we vroeger bedachten, gaan niet meer op. De landelijke politiek moet de krimpregio's vertrouwen. Wij zijn het laboratorium voor Nederland, want op termijn komt overal de bevolkingsgroei tot stilstand.'


Woningramp op komst?

Het kabinet bereidt een wet voor om woningbouwcorporaties te verplichten tot 70 procent van hun voorraad te verkopen. In krimpregio's wordt met angst en beven naar deze verplichting gekeken. In die gebieden zijn juist de woningbouwcorporaties grote opdrachtgevers en als enige bereid om te investeren in woningbouw en renovatie. Het bedrijfsleven verwacht zware klappen als de woningbouwcorporaties in krimpregio's hun financiële kracht verliezen. Daarnaast komen er zo koopwoningen op de markt in een gebied waar toch al niet of nauwelijks vraag is.



Biogasstagnatie

In de agrarische Achterhoek, waar ze krimp verwachten, zouden ze wel wat meer ruimte in de regels rond bio-energie en innovatie willen. Er is nog veel grijs gebied en onkunde en hoopvolle initiatieven verzanden in procedures. In de Achterhoek heeft een burgerprotest een biovergistingsinstallatie in Barlo tegengehouden. Biogasvereniging Achterhoek zette haar zinnen toen op een industrieterrein in Varsseveld, maar de provincie Gelderland wil zelf een aantal locaties aanwijzen. Zo duurt het jaren voor er een vergunning is.
Dit artikel komt uit de print Forum