Oscar Kuhl: ‘Nooit opgeven’

Hij is niet het type om ergens in een hoekje weg te duiken. Oscar Kuhl, directeur van Novacon, heeft er geen moeite mee om in de spotlights te staan. “Ik was best arrogant.”

Licht gezet postuur, volle bos krullend haar, vlotte jeans, wit casual shirt, modieuze schoenen. En bovenal een ontwapenend spontane blik in de ogen. Oscar Kuhl (31), directeur van Novacon en voorzitter van Jong Management, voldoet niet aan het stereotiepe beeld van een ondernemer: man in een grijs pak met stropdas.

Ook de Mercedes 560 SEC waarmee hij één minuut voor de afgesproken tijd bij zijn bedrijf komt voorrijden, is allesbehalve een dertien-in-een-dozijn directieauto. De buitenformaat coupé is een hobbyobject, verontschuldigt hij zich. De auto doet nog het meeste denken aan… “een pooierbak”, vult hij zonder een spoortje van gene het plaatje in.

Hij houdt wel van een beetje provocatie. Aan het einde van het gesprek ontpopt hij zich ook nog als een visionair. “Die Verenigde Staten van Europa gaan er echt een keer komen. Let maar op. De eerste voortekenen zijn er.” Hij wijst op de toenadering tussen Frankrijk en Engeland. “Dat had tien jaar terug toch niemand durven dromen?”

Nauwere samenwerking is volgens hem nodig om te kunnen inspelen op de snelle ontwikkeling van de wereldeconomie. “De vraag naar grondstoffen neemt sterk toe. Velen zien dat nu nog als een bedreiging. Maar het biedt ons juist kansen.”

Onze voorouders ziet hij als lichtend voorbeeld. “We zijn niet voor niets zo’n succesvolle zeevarende natie geworden. We moeten ruimteschepen bouwen en naar Mars gaan om daar te halen wat we nodig hebben. Door de samenwerking is er ook geen tijd meer voor oorlogen. En een wereld zonder oorlog, dat is toch het mooiste wat er is?”

Spotlights
Een mooie kans om voor een ontzettend mooie club te staan, zo noemt hij zijn verkiezing tot voorzitter van Jong Management, nu drie maanden geleden. En meteen maakt hij reclame: een club met een lange traditie, met geweldige leden, binnen een geweldige organisatie. “Die verantwoordelijkheid draag ik graag.”

Hij heeft er geen bezwaar tegen om in de spotlights te staan. Sterker nog: eigenlijk vindt hij het wel leuk. “Ik ben geen voorzitter van Jong Management geworden om ergens in een hoekje weggedoken te gaan zitten.” Maar zo bijzonder is dat nou ook weer niet, vindt hij. Ieder mens vindt het toch leuk als hij aandacht krijgt?

Uniek vindt hij dat hij ‘in gesprek mag zijn met beleidsbepalers’. “Ik ben vorige week in de Tweede Kamer geweest en heb een gesprek gehad met Jan Kees de Jager en Bernard Wientjes. Ik heb met Roger van Boxtel tijdens de Bilderbergconferentie een uur lang gesproken over klassieke Amerikaanse auto’s. En ik heb met onze premier mogen kletsen. Dat was nooit gebeurd als ik me had beperkt tot Novacon.”

Behartigen van de belangen van zijn ‘club mensen die ze in politiek Den Haag niet kennen’ is één van zijn uitdagingen voor de komende drie jaar. “Je ziet dat 55-plussers er nog vaak de dienst uitmaken. En dat is niet goed.” Hij vindt een van de reacties op twitter op de recente presentatie van de trekkers van de topsectoren - “Ik zie negen oude mannen” - veelzeggend. “Vergelijk het met het Nederlands elftal: dat is ook alleen succesvol met een combinatie van oude rotten en jonge honden.”

Gebakken lucht
Dat hij ooit een eigen bedrijf zou hebben, stond voor hem al lang vast. Maar van de stap naar het ouderlijk bedrijf droomde hij niet bepaald. Hij had er in z’n studietijd wel bijbaantjes gehad, maar de metaalsector was niet de hoek waarin hij het zocht. “Ik zocht het veel meer in de IT, apps en dat soort dingen.”

Maar in 2005 maakte hij alsnog de stap. Het werd een harde leerschool. “Ik ging het bedrijf in met een hoge mate van arrogantie. Ik was 26, 27 en had zoiets van: mij hoeven ze niets meer te vertellen, ik weet alles, ik zal het jou wel even uitleggen. Maar toen kwam de crisis. De omzet liep dramatisch terug. Nou, dan leer je echt te ondernemen, creatief te zijn, uit te vogelen hoe je kunt overleven.”

Het bracht hem ertoe nog eens goed na te denken over wat hij omschrijft als de ziel van het bedrijf. Al snel werd hem duidelijk dat hij zich had gefocust op de verkeerde dingen. “We hadden prachtige folders gemaakt met al onze machines er in. Maar respons, ho maar. Achteraf begreep ik het wel. De klant dacht: leuk, maar wat doen jullie voor ons? Als marketingman had ik beter moeten weten. Maar ja, marketing is 95 procent gebakken lucht. En op de universiteit ook nog eens sterk gericht op het grootbedrijf. Mkb-marketing is veel persoonlijker: je doet geen zaken met de tent maar met de vent.”

“We zaten in een moeilijke markt. Ik heb werkelijk iedereen gebeld. Ze vonden me een heel aardige jongen, was van harte welkom voor een kop koffie, maar ze hadden geen werk voor me. Ik heb in die tijd weleens gedacht of ik zo verder zou willen gaan.”

Zijn bijna grenzeloze optimisme is gebleven. Maar de crisis heeft hem wel geleerd dat je er beter van kunt uitgaan dat je helemaal niks weet. “Door die instelling sta je veel meer open voor dingen.” Hij merkt ook dat hij beter kan omgaan met kritiek. “Je kunt het ook zien als goedkoop advies. Zeker van mensen die het oprecht bedoelen. Want je kunt ook té optimistisch zijn.”

Onderbuikgevoel
Een man van brede vergezichten is hij niet. En een filosoof zou hij zichzelf al helemaal niet willen noemen. “Hoewel ik af en toe wel bijdehante uitspraken doe.” Hij ziet zichzelf toch vooral als pragmatisch. Geen type voor een partijtje soebatten. En ook niet het type dat z’n boodschappen verpakt in fraaie teksten. Wel iemand die goed kan delegeren. “Misschien wel wat te goed, krijg ik weleens te horen.”

Hij staat te boek als ideeënman. Probeert altijd mensen om zich heen te verzamelen om ‘dingen mogelijk te maken’. Want hij is wel zo realistisch om in te zien dat hij niet alles in z’n eentje kan. Ook zijn creativiteit ontleent hij aan leunen op anderen. “Ik combineer graag dingen. En ik schroom niet om soms iets te ‘lenen’ om te komen tot een mooi resultaat.” Dat dit hem soms niet in dank wordt afgenomen, deert hem niet. “Je kunt niet bij iedereen populair zijn.”

Het onderbuikgevoel is voor hem sterk koersbepalend. Hij gelooft er niet in dat tien keer over iets nadenken leidt tot een betere beslissing. Net zo goed als hij weinig ziet in het klassieke idee dat je alles in een model moet stoppen. “Je ziet aan de bankencrisis wat daar van komt.” Dat zijn koers op het gevoel leidt tot fouten, calculeert hij in. Maar beter dat, dan een rationele afweging. Hij probeert in elk geval duidelijk te zijn. “En dat ze me dan misschien niet mogen, dat moet dan maar.”

Zijn handelwijze verklaart hij (gedeeltelijk) door de dyslexie waarmee hij in zijn basisschooltijd werd geconfronteerd. Het heeft hem duidelijk gemaakt dat hij ook op taalgebied niet alles alleen kan. Dus controleert iemand voor hem zijn teksten. Boos is hij er nooit over geweest. “Dan had ik molenaar moeten worden: had ik kunnen blijven malen, ha, ha!”

Hij denkt dat het zeker heeft meegeholpen dat hij “een gezegende jeugd” heeft gehad. “Dat ik zoveel goede voorbeelden heb, heeft mijn leven een stuk gemakkelijker gemaakt.” Zijn ouders hebben in hun leven veel ellende gekend. “Hoewel ik alle sores niet bewust heb meegemaakt, denk ik dat je daar onwillekeurig toch wat van mee krijgt. In elk geval het gevoel dat je nooit, maar dan ook écht nooit moet opgeven.”

Gezapig
Hij toont zich opvallend geïnteresseerd in de historie. “Ik was graag geschiedenisleraar geworden, maar het betaalde slecht en ik zag het niet als mijn levenswerk om groepen pubers bij de les te houden.” Maar hij vindt het wel goed om te weten wat er heeft gespeeld. “Wij hebben de luxe om ons druk te maken over heel kleine dingen, omdat anderen voor onze vrijheid hebben gestreden en zelfs zijn gestorven. Het lijkt mij de kleinste moeite om hier elk jaar twee minuten bij stil te staan.”

Het verklaart waarschijnlijk ook waarom Kuhl met veel bewondering kijkt naar de gebeurtenissen in het Midden-Oosten. Hij vindt het mooi om te zien dat niet altijd alles bij het oude blijft, dat volken tegen hun machthebbers in opstand komen. “Het wordt daar niet ineens allemaal beter, democratisch, maar ze zijn een weg ingeslagen die wij ook hebben bewandeld.”

Eigenlijk zou elke regering zijn volk moeten vrezen, vindt Kuhl. Want macht corrumpeert. “Fransen gaan als ze het ergens niet mee eens zijn direct in staking. Misschien soms wel iets te snel. Maar wij, met ons consensusmodel, onze gezapigheid, zijn het andere uiterste. Dat hebben we niet van onze voorvaderen…”


Vier stellingen

Nederland heeft niets te zoeken in Libië
“Oneens. We hebben daar als vredesbewaker een rol in. Het is misschien hypocriet, maar zo werkt het nu eenmaal. Al was het alleen maar omdat Libië zo dichtbij ligt.”

Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen gezondheid
“Mee eens. Ieder pondje gaat door het mondje. Een mens weet donders goed wat goed is voor het lijf, maar ook voor zijn geestelijke gesteldheid.”

Bankbonussen moeten verboden worden
“Dat moet je niet doen. Maar je moet wel toelaten dat banken failliet kunnen gaan. Want het kan niet zo zijn dat je alleen maar de lusten kunt hebben.”




Oscar Kuhl

1980 Geboren in ’s-Heerenberg
2000 Vwo
2005 Bedrijfswetenschappen, Radboud Universiteit
2005 Directeur Novacon (engineering, machinefabriek, industrie service)
2011 Voorzitter Jong Management
Dit artikel komt uit de print Forum