Wouter Kolk, ceo WE Fashion, heeft vroeg leren knokken

08-03-2012

Vijf jaar geleden werd hij nog weggezet als ‘die kruidenier’. Wat moet die in de mode? Wouter Kolk is ceo van WE Fashion. Hij kwam, zag en overwon. ‘Ik heb die weerstand nodig.’

I’m Wouter. Nog voordat er al teveel woorden zijn gewisseld, schuift hij zijn visitekaartje over tafel. Op de achterkant: I’m also ceo. Wouter Kolk (45) is geen man van jasje dasje, maar lekker informeel: spijkerbroek, hippe puntschoenen en een paar armbandjes – type surferboy – om de polsen. Als je de website van WE Fashion mag geloven, komt het allemaal uit de winkels van ‘zijn’ bedrijf.

Afspreken op kantoor wil hij niet. Café Winkel moet het worden aan de Noordermarkt in Amsterdam. Het café waar hij in de weekends graag komt als zijn dochters lekker buiten spelen op het plein. Niet thuis, dat gaat hem te ver (‘ja zeg, ik ben niet iemand die maar iedereen over de vloer uitnodigt’), maar net om de hoek en het voelt er genoeg als thuis. Hét café waar hij de andere leden van het management van WE stuk voor stuk uitnodigde om kennis te maken toen hij er vijf jaar geleden begon. Bewust daar om ze uit hun normale omgeving te halen. ‘Een beetje ontregelen op zijn tijd is wel goed.’ Hij grinnikt er zelf een beetje om, terwijl hij met een lepel in een glas verse muntthee roert. Misschien hoopt hij dat ook wel met zijn visitekaartje te bereiken: even kijken hoe iemand reageert.

Wordt u zelf ook graag ontregeld?
‘Ik zoek dat wel op, ja. Dat is spannend. Als me iets overkomt dat ik niet zag aankomen, merk ik tenminste dat ik leef. Ik houd er enorm van om bijna het gevoel te hebben alsof ik iets stouts aan het doen ben. Om mezelf uit een comfortabele positie te halen.’

Wanneer deed u dat, zo’n comfortabele positie verlaten?
‘Toen ik de overstap maakte van Ahold naar WE bijvoorbeeld. Ik had ketens als Gall&Gall en Etos geleid, maar mode… geen idee. In het begin werd ik hier gezien als ‘die kruidenier, die echt geen verstand van mode heeft.’ Dat heeft me wel de nodige scepsis opgeleverd en van die blikken van ‘wat doet die kruidenier hier?’ Dat was moeilijk af en toe. Er zijn wel momenten geweest dat ik dacht: waar ben ik aan begonnen? Waarom doe ik mezelf dit aan? Maar ik heb dat ook nodig.’

Waarvoor dan?
‘Noem het een zucht naar avontuur. Je kunt natuurlijk niet voortdurend in een soort rollercoaster zitten. Dat houd je niet vol. Ik heb een zekere balans nodig, maar ergens zit er ook een soort onrust in me. Ik wil verder komen.’

Wat levert dat op?
‘Opwinding en een enorme kick als het lukt. Ik ben telkens op nul begonnen bij elke nieuwe stap die ik in mijn leven heb gezet. Toen ik op mijn 20ste in mijn eentje naar Londen ging om bij Harrods te werken, kende niemand me. Ik kwam niet binnen als de zoon van, ik heb me altijd moeten bewijzen. Bij Harrods, bij Ahold, bij WE. Dat is me gelukt en ik heb het helemaal zelf gedaan. Natuurlijk, er is altijd iemand die je aanneemt omdat hij vertrouwen in je heeft, maar voor de rest moet je het zelf doen. Dat succes creëer je zelf. Dat kan niemand anders voor je doen.’

Een overlevingsdrang, noemt Kolk het ook wel. Die heeft hij sterk. ‘Ik heb al vroeg leren knokken voor mijn positie.’ Om te beginnen op de technische school in Santpoort. Een wat rauwe omgeving, zegt hij nu, met een paar redelijk stevige jongens. ‘Voor je het weet word je in een hoek geduwd. Zeker als je niet zo groot en stevig bent.’

Kolk groeide op in Zandvoort aan Zee in een gezin waar pa een eigen technisch bedrijf had en moeder het huishouden runde. Het gezin telt verder nog een jongere zoon, Bas. Zeilen, surfen, dat deed de jonge Wouter graag. De zee oefende een magische aantrekkingskracht op hem uit. ‘Ik droomde ervan zeeman te worden. Op avontuur, onbekende plekken ontdekken.’ De zaak van zijn vader overnemen, is nooit echt in beeld geweest, zegt Kolk. Hij ging aanvankelijk wel naar de mts, dus toch de techniek in, maar dat was niks voor hem.‘Misschien dat mijn broer in de zaak had gewild, ik niet. Dat was alleen geen optie meer op het moment dat mijn vader plotseling overleed. Op een avond ging hij tennissen en kwam nooit meer thuis. Mijn oom nam het familiebedrijf toen over.’ Ook vijfentwintig jaar na dato raakt het plotselinge overlijden van zijn vader hem nog zichtbaar. ‘Ik ben minder naïef geworden. Dit kan je dus gebeuren: je kunt iemand die dichtbij je staat zomaar verliezen en daar kun je niets aan doen. Alleen ermee leren leven.’

Hoe doe je dat, ermee leven?
‘Ja, hoe doe je dat? Ik weet het niet precies. Ik ben in elk geval bewuster geworden van waar ik mee bezig ben. Geniet meer, althans dat probeer ik, want het kan zomaar afgelopen zijn.’

Daar werd Kolk vorig jaar nog eens heftig mee geconfronteerd. Helen, zijn partner, kreeg borstkanker. Hun hele leven werd op zijn kop gezet. ‘Ik kan me nog steeds erg druk maken over van alles en nog wat, maar ik heb gemerkt dat sommige dingen in mijn leven toch echt belangrijker zijn. Ik kan nu heel goed relativeren.’

Waar maakt u zich nog wél druk over?
‘Om Helen, om mijn kinderen, mijn familie, vrienden, mezelf. Ik kies mijn gevechten nu.’

Hoe belangrijk is werk nog?
‘Mijn werk is enorm belangrijk. Daar haal ik veel uit. Krijg er energie van. Ik ben geen type dat achter zijn bureau zit, stapels stukken leest, observeert en dan met plannen komt. Ideeën ontstaan bij mij tijdens gesprekken. Met Ronald de Waal, de eigenaar van WE, met medewerkers, storemanagers. Dan pak ik een schetsboek, teken het voor mezelf zo’n beetje uit en ga er weer verder over brainstormen. Ik lanceer liever de 80 procentversie om met anderen samen die laatste 20 procent te bedenken, dan mezelf op te sluiten in een kamertje. Ook omdat ik erin geloof dat het idee zo alleen maar beter wordt. Ik ben geen autoritaire baas. Niemand zegt u tegen me in het bedrijf. Ik denk dat ik zo een omgeving kan creëren waarin ‘de waarheid’ wordt gezegd.’

Niemand is toch eerlijk tegen de baas?
‘Ik realiseer me wel dat het lastig is goede feedback te organiseren. Maar het kan wel. Dat probeer ik door niet teveel afstand te creëren, makkelijk bereikbaar te zijn, veel contact te hebben met mijn medewerkers. Maar ook door zelf open te zijn, te communiceren. Toen dat met Helen speelde vertelde ik ook gewoon: jongens, dit is nu belangrijk, ik moet wat regelen. Dan laat ik even alles vallen.’

Wordt dat wel begrepen?
‘Dat is misschien het voordeel als je de baas bent, dat je dat makkelijker kunt zeggen. Aan de andere kant ben ik er ook gewoon open over, stel ik me kwetsbaar op. Daar heb ik geen moeite mee. Ook niet als er kritiek op komt. Ik denk dat het belangrijk is te laten zien: ik ben niet perfect, ik ben ook maar een mens. Dat er een sfeer is waarin je je veilig genoeg voelt om te zeggen wat je denkt. Dat doe ik naar mijn medewerkers toe en andersom verwacht ik dat ook. Daar kun je alleen maar van groeien.’

Wat is uw grootste angst?
‘Vorig jaar heb ik wel gedacht: je laat me toch niet in de steek hè Helen, met drie kleine kinderen. Dat dus. Want ik zou niet weten hoe ik dat allemaal alleen moet doen.’

‘Maar verder? Ik heb geleerd dat sommige dingen niet toevallig zijn. Je krijgt soms signalen, waarop je kunt inspringen of niet. Ik spring dan graag onder het motto ‘grijp je kansen’. Je moet het lot een beetje tarten. Wat heb je te verliezen? Status? Zekerheid? Dat is allemaal relatief.’

Wat hoopt u nog te bereiken?
‘Ik wil dat mijn leven een zinvolle bestemming heeft gehad. Voor mezelf, voor mijn omgeving. Dat ik kan terugkijken en kan zeggen: kijk, je hebt mensen laten groeien, het bedrijf is verder gekomen en er liggen fundamenten waarop je trots kunt zijn.’

U wilt ergens in krassen: Wouter was here?
Lachend: ‘Nou nee hoor, dat is niet mijn ultieme doel. Als mijn meiden maar goed terecht komen, dat is belangrijk.’


Drie stellingen

Nederland is bekrompen geworden
‘Dat valt wel mee, denk ik. Al stoor ik me wel aan de bekrompen manier waarop we op dit moment met elkaar omgaan. Diversiteit, culturele verschillen omarmden we altijd. Waarom nu niet meer?’

Kennis is macht
‘Als je bedoelt: alleen een goede opleiding telt, dan zeg ik ‘nee’. Ik ken veel mensen die met een goede opleiding goed terecht zijn gekomen, maar ook een heleboel die er niets van gebakken hebben. Het gaat er om of je iets dóet met wat je kunt.’

Luieren mag niet
‘Het mag wel, maar ik zal het zelf niet snel doen. Doelloos door het leveren slenteren, dat kan ik niet. Daarvoor ben ik veel te onrustig. En misschien ook te calvinistisch.’



Wouter Kolk

1966 Geboren in Haarlem
1978 Mavo
1982 Mts
1986 Hogeschool Haarlem
2001 INSEAD, advanced management programme
2003 Harvard University, strategic management

1996 Commercieel directeur Asia Pacific Ahold, Singapore
1999 Regionaal directeur Albert Heijn
2003 Assistent van de cfo, Ahold
2005 Ceo Gall&Gall
2006 Ceo Etos
2007 Ceo WE Fashion

Wouter Kolk woont samen en heeft drie dochters van 5, 8 en 10 jaar
Dit artikel komt uit de print Forum