19 MRT, 2025 • 25-123252
Brief aan fractievoorzitters: strategisch belang industrie staat op spel
Aan de fractievoorzitters in de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag 18 maart 2025
Geachte dames en heren,
VNO-NCW maakt zich grote zorgen over de toekomst van onze industrie – van klein tot groot. Geopolitiek lopen de spanningen op. We zien dat landen als antwoord daarop pal voor hun industrie gaan staan. Niet alleen China en de VS doen dat, maar ook Duitsland en België hebben met hun nieuwe regeringen afgelopen weken forse stappen gezet om de uitgangspositie van hun industrie stevig te verbeteren door de energiekosten voor hun industrie te verlagen. Alleen in Nederland blijven maatregelen nog uit. Met als gevolg dat de industrie in Nederland steeds meer op achterstand komt. Met de huidige hoge energiekosten en belastingen prijzen we als land onze industrie volledig uit de markt. Zo gaan we grote delen van onze industrie kwijtraken. Dit is al gaande: bedrijven liggen stil en investering worden uitgesteld. Dit betekent dat we in de nabije toekomst niet meer zelf onze spullen kunnen maken en banen en welvaart verliezen. Terwijl we als Europa en Nederland ons lot nu juist meer dan ooit in eigen handen willen houden.
We roepen u daarom op om bij de besluitvorming rond de voorjaarsnota knopen door te hakken en de (energie)kosten voor onze industrie weer in lijn te brengen met buurlanden.
Machtsblokken strijden om industrie
De wereld verandert snel. We zien dat grote machtsblokken de industrie naar zich toe proberen te halen. De VS met lage energiekosten, door importtarieven te introduceren en in regels te snijden. China doet hetzelfde, met veel overheidssteun. Als reactie zien we afgelopen weken dat diverse EU-landen ook vol voor hun industrie gaan en hun basis op orde willen houden. De nieuwe Duitse regering heeft aangekondigd de elektriciteitskosten voor hun industrie verder te verlagen. De nettarieven worden gehalveerd, de compensatie voor EU ETS voor de industrie wordt uitgebreid en de energiebelasting wordt verlaagd. De nieuwe regering in België neemt vergelijkbare stappen, om de concurrentiepositie van hun industrie te borgen. Hiermee wordt het speelveld met de buurlanden alsmaar ongelijker, aangezien de kosten voor energie daar al twee tot drie keer lager waren.
Onze buurlanden zetten zwaar in op hun industrie, om hun toekomstige positie zowel economisch als geopolitiek veilig te stellen. En een weerwoord te hebben tegen China en de VS. Dat is verstandig, want energie, plastic, beton, chemie, staal en kunstmest borgen in de eerste plaats de basis van de Maslov piramide: deze zorgen voor voedsel, veiligheid, wonen en gezondheid. Denk aan staal voor bruggen, auto’s en windmolens, aan plastic voor het houdbaar houden van voedsel, en glas en stenen voor woningen en ziekenhuizen. Maar de industrie is ook cruciaal voor onze toekomstige veiligheid en defensie: denk bijvoorbeeld aan staal en brandstoffen voor militaire voertuigen, en aan de chemie voor zuiver water maar ook aan de productie van veel andere defensiemiddelen, van scherfvesten tot nachtkijkers tot drones en fregatten.
Bovendien willen onze buurlanden niet nóg afhankelijker worden van China en de VS; zoals we nu al afhankelijk zijn geworden van bijvoorbeeld de grote digitale spelers. Het geeft ons ook een hefboom naar de rest van de wereld: ons staal, onze chemie, onze kunstmest, onze chipmachines worden wereldwijd geëxporteerd.
Goede uitgangspositie Nederlandse industrie maakt oplossing mogelijk
Op dit moment is er in Nederland veel om te verdedigen. Nederland heeft momenteel nog een sterke industrie, goed voor 12% van het bbp en 753.000 directe banen in het hele land. Onze industrie is hoogproductief en onderdeel van diverse economische ecosystemen waarin ook andere sectoren actief zijn. Door de verbondenheid levert iedere euro directe bijdrage 1,3 euro aan extra waarde op, worden voor elke directe baan 2 extra banen gecreëerd. Ofwel direct en indirect staat de maakindustrie voor ongeveer een kwart van onze welvaart (250 mld euro), en ongeveer 2 mln banen.
Maar de Nederlandse industrie staat op een kantelpunt. Bedrijven sluiten, zetten productie stil, of schalen productie af. Investeringen blijven uit, ook voor de verduurzaming. Door de hoge kosten voor energie en de extra regels in Nederland zijn we duurder dan de buurlanden. Momenteel is er voor veel bedrijven geen rendabel businessplan te maken. Terwijl de Nederlandse industrie alles in huis heeft om een betrouwbare motor van Nederland en Europa te zijn.
Nederland is uitstekend gepositioneerd: met onze havens en een groot achterland, dichtbij de Noordzee met een enorm potentieel aan schone energie tegen concurrerende prijzen. Door de uitbouw van duurzame en schone energie in ons eigen land, kan onze industrie op termijn gewoon weer concurrerend zijn, zoals onder andere een studie van BusinessEurope aantoonde. En dat biedt een goede basis om duurzame in Europa gemaakte producten te maken: gerecycled en bioplastic, gerecycled beton, groene chemie, groen staal, etc.
Krimp, geopolitieke afhankelijkheid én meer CO2-uitstoot
Als het kabinet snel stappen zet, zoals de nieuwe regeringen in Duitsland en België nu doen, is er veel om te redden. Als deze situatie voortduurt zullen echter investeringen uitblijven en zet de ontwikkeling waarin we belangrijke delen van onze industrie verliezen door. Daarbij staan 3 grote belangen op het spel:
- Onze veiligheid en autonomie: we worden vergaand afhankelijk van de grillen van andere landen voor vele producten die we dagelijks gebruiken, in een teeds geopolitiekere wereld. Industrie is ook belangrijk voor herbewapening en geopolitiek “armpje drukken”.
- Onze welvaart: de industrie staat voor meer dan een kwart van onze welvaart. Vooral in regio’s zoals Zeeland, Limburg, Rotterdam en Noord en Oost-Nederland is deze bedrijvigheid en zijn deze banen onmisbaar. De bedrijven in die regio’s zijn onderdeel van lange waardenketens en ecosystemen, inclusief veel mkb.
- Het klimaat: de investeringen die nodig zijn om te verduurzamen zullen niet komen. Het wrange is dat we onze nationale klimaatdoelen boekhoudkundig gaan halen door krimp van de industrie, terwijl onze CO2-voetafdruk door import van spullen groter in plaats van kleiner wordt. Wereldwijd wordt het klimaat er dus niet beter van.
En wat we kwijt raken, krijgen we niet meer terug. Wanneer één of twee bedrijven vertrekken worden ze normaliter weer vervangen door andere bedrijven. Dat gaat niet op voor een sector waar ook veel andere sectoren aan zijn verbonden. En als steeds meer bedrijven in de industrie het moeilijk krijgen, versnelt het proces. Dan hebben we een groot probleem in onze economie.
De industrie van Nederland, duizenden bedrijven van klein tot groot, verspreid over heel Nederland, roept u op om de komende weken voor hen te gaan staan en te zorgen dat het gelijke speelveld voor hen wordt hersteld. U krijgt daarbij support uit het land: uit het recente onderzoek van Clingendael blijkt dat een overgrote meerderheid van de Nederlanders het belangrijk vindt dat we de Nederlandse maakindustrie versterken.
Hartelijke groet,
Ingrid Thijssen
Voorzitter VNO-NCW